De akker die mag braakliggen

Over de zomer, de kunst van niets doen, en waarom rust zo ongemakkelijk voelt voor wie altijd aan staat.

kunst van rust

Het is zomer. De agenda is even minder vol, de dagen zijn lang en warm en toch merk je dat je niet echt stil kan zitten. Nauwelijks een uurtje in de zetel of een boek buiten zitten lezen of er knaagt iets. Eigenlijk zou je nog snel de was kunnen doen, die ene mail beantwoorden of een klusje in huis afwerken. Relaxen voelt dan niet als rust, maar als iets wat je jezelf eventjes toestaat en bij de minste weerstand meteen weer intrekt.

Bij mij is het vaak zo, maar misschien herken je dit ook? Dan sta je wellicht al een hele tijd 'aan'. En de zomer, die zich nét leent om te vertragen, legt dat op een weinig subtiele manier bloot.

Ik wil je daarom even meenemen naar een oud beeld dat de mens grotendeels verleerd is, maar dat de natuur nooit vergeten is.

Wat de boeren wisten

Vroeger, lang voordat er van kapitalisme sprake was, kenden boeren een wet die ze niet negeerden. Een akker die elk jaar opnieuw wordt ingezaaid en geoogst, put uit. De grond geeft en geeft, tot er bijna niets meer te geven valt en de oogst schraler wordt met het jaar. Daarom lieten ze telkens een deel van hun land met opzet 'braakliggen'. Men zaaide niet, oogstte niets en forceerde dus niets. Gewoon laten liggen, een seizoen lang zodat de aarde zich kon herstellen en haar vruchtbaarheid terug kon winnen.

Zelfs in de oudste teksten staat deze gewoonte opgeschreven. In het boek Leviticus (het derde boek van de Pentateuch (Thora) en de Hebreeuwse Bijbel) krijgt het land om de zeven jaar een volledig 'sabbatsjaar', een jaar waarin er niet gezaaid noch geoogst wordt en de grond mag rusten. Men wist blijkbaar al millennia geleden dat leven zonder rust zichzelf uitput en dat vruchtbaarheid en stilstand geen tegengestelden zijn maar elkaar net nodig hebben en balans creëren.

Een vrouw die altijd aan staat, is als grond die nooit braak mag liggen. Ze zaait en oogst, geeft en zorgt én is beschikbaar voor iedereen elk seizoen opnieuw. En dan verbaast ze zich dat wat vroeger vanzelf ging plots moeite kost. Dat haar geduld dunner wordt, haar inspiratie schraler en haar lijf vermoeider.

Waarom niets doen zo ongemakkelijk voelt

Misschien ken je het wel: net wanneer de vakantie begint en je eindelijk zou mogen tot ontspanning komen en loslaten, word je onrustig of zelfs ziek. De Tilburgse onderzoeker Ad Vingerhoets gaf het een naam, 'vrijetijdsziekte', nadat hij had vastgesteld dat heel wat mensen juist ziek worden zodra de spanning van het presteren wegvalt. Het lichaam, dat maandenlang aan stond, weet niet goed wat het met de plotse rust en stilte moet doen.

Zolang je bezig bent, hoef je niet te voelen en het moment van rust en stilte wordt je geconfronteerd met wat je op automatische piloot hebt genegeerd. Op het moment dat je dan stilvalt, komt alles wat je onderweg vooruit hebt geschoven plots naar boven: de vermoeidheid, de onzekerheden, jouw fysieke pijnen, … Durven blijven zitten met wat er dan naar boven komt is heel waardevol, maar voelt zo ongemakkelijk en onwennig.

We hebben rust en werk omgedraaid

Wat me hierin het meest raakt tijdens mijn sessies in de praktijk, is hoezeer we de dingen hebben omgekeerd. De oude Grieken hadden een woord voor vrije tijd, 'scholè', en daar komt ons woord school vandaan. Vrije tijd was voor hen niet de ongebruikte tijd tussen twee taken, maar het fundament van alles: van denken, van verwondering en van echt ‘mens zijn’. Werk was in hun ogen net het tegenovergestelde, de tijd die je nodig had om daarna weer vrij te kunnen zijn. Aristoteles schreef doodleuk dat we werken om vrije tijd te hebben, en niet andersom. Ook in het Latijn zie je het terug, want 'otium' betekende de rust, en werk noemde men 'negotium', letterlijk de afwezigheid van die rust.

Bij ons is het net omgekeerd. Rust moet zich verantwoorden en wordt pas getolereerd als ze ergens goed voor is, als ze ons nadien productiever maakt, als brandstof voor nog meer 'aan staan'. We rusten om te kunnen blijven presteren, in plaats van te presteren zodat we kunnen rusten. Zo is rust een middel geworden, terwijl ze ooit het doel was.

En dat braakliggende akker vraagt zich niet af of het wel mag. Hij ligt gewoon braak, en dat volstaat.

Werk was lang de tijd die je nodig had om daarna weer vrij te kunnen zijn: ‘we werken om vrije tijd te kunnen hebben en niet rusten om te kunnen blijven presteren’

En we zien nu vooral het omgekeerde. We rusten enkel in functie van daarna opnieuw te kunnen presteren

De uitnodiging van de zomer

Misschien is dat wat deze zomer je vraagt. Geen nieuw lijstje met tips om beter te ontspannen, want ook dat zou weer een taak worden. Wel de bewuste keuze om een stuk van jezelf even niet ‘in te zaaien’. Om een namiddag te laten liggen zonder hem nuttig te willen maken. Om te vertrouwen dat je vruchtbaarheid of productiviteit niet verdwijnt wanneer je stopt, maar net terugkeert doordat je stopt.

De natuur doet het je de hele zomer voor. De boom in juli hoeft niets te bewijzen, hij staat er gewoon en is genoeg.

Dus als je vandaag even niets doet en er knaagt iets dat zegt dat je nuttiger bezig zou moeten zijn, sta dan even hierbij stil: ‘Je bent niet aan het stilvallen. Je ligt braak. En alles wat braak heeft gelegen, komt sterker terug.’

Liefs Adelien

 
Volgende
Volgende

Hoe weet je of je klaar bent voor je eerste echte praktijk?